Waarom kiest u ons?

Deskundig

30 jaar ervaring

Betrokken

Uw belang is ons belang

Doelmatig

Vlot, efficiënt en effectief

Betrouwbaar

Wij komen onze afspraken na

Klanten die u voorgingen:

Wat is "inbreiding" bij planschade? Wat wordt vergoed?

Bij "inbreiding" (woningbouw in het centrum) heb je vaak geen recht op een tegemoetkoming. Wat is inbreiding en wat niet? Wat wordt er wél vergoed en wat niet?

Ik schrijf deze blog vanuit de aanvrager van een tegemoetkoming in de planschade. Maar voor zijn tegenstanders, zoals de derde die de vergoeding betalen moet, is de inhoud ervan even nuttig.

Hebt u weinig tijd? Dan kunt u hieronder in eerste instantie volstaan met het lezen het onderdeel "Inbreiding; de grenzen ervan". De rest is dan voor latere verdieping.

Twee uitgangspunten

Laat ik voor alle duidelijkheid eerst twee uitgangspunten noemen:

- Als schade binnen het normale maatschappelijk risico valt, wordt die niet vergoed (u als aanvrager moet dus hard maken dat de schade daar niet binnen valt).

- Bij waardevermindering wordt 2% van "de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade" - hierna zal ik dit kortweg de “oude” waarde noemen - niet vergoed.

Laag taxeren

Tip in verband met die 2%: Als u een tegemoetkoming gevraagd hebt, ben er dan niet verontwaardigd over dat de planschadetaxateur uw schitterende woning laag (volgens u véél te laag) getaxeerd heeft. Hoe lager, des te beter. Bij een planschade van € 8.000,-- krijgt u bij een “oude” waarde van € 200.000,-- namelijk een vergoeding van € 4.000,-- [€ 8.000,-- - (2% van € 200.000,-- =) € 4.000,-- = € 4.000,--], maar bij dezelfde planschade krijgt u bij een “oude” waarde van € 400.000,-- niets [€ 8.000,-- - (2% van € 400.000,-- =) € 8.000,-- = niets].

Wat wél en niet vergoed wordt

Goed. Terug naar het “normale maatschappelijk risico”. Als de waardevermindering meer dan 5% van de “oude” waarde is, valt het deel boven de 5% niet binnen het normale maatschappelijke risico. Dit is in de rechtspraak uigemaakt. Bij een planschade van € 15.000,-- en een “oude” waarde van € 200.000,-- wordt dus in elk geval € 5.000,-- vergoed [€ 15.000,-- - (5% x € 200.000,-- =) € 10.000,-- = € 5.000,--].

Wat zeker voor eigen rekening is, ligt dus onder de 2% van de “oude” waarde. Wat mogelijk, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval voor eigen rekening komt, ligt tussen de 2% en de 5% van de “oude” waarde.

Inbreiding, de grenzen ervan

Bij inbreiding komt 5% van de “oude” waarde voor eigen rekening. Als aanvrager hebt u er dus belang bij te weten, wat onder inbreiding verstaan wordt en wat niet. Hieronder volgen enkele grensbepalende gevallen van inbreiding. Inbreiding is:

1. Een in vergelijking tot de eerdere woonbestemming volumineuzer woongebouw (appartementencomplex) in een woongebied in het centrum (RVS:2017:2889).

2. De bouw van twee vrijstaande woningen op een open plek in een aaneengesloten lintbebouwing in een bestaande dorpskern (RVS:2017:1402).

3. Woningbouw in het centrum op een plek die aan drie zijden door woningen omsloten is, maar aan één zijde aan een stedelijke voorziening (in casu een sportcomplex) grenst (RVS:2015:2828).

Een contra-indicatie voor het aannemen van inbreiding is, dat de voorziene bouw niet in de bestaande, ruimtelijke structuur van de omgeving past en niet in de lijn der verwachtingen ligt.

Waarmee kan ik u helpen?

Met het krijgen van een hogere (of als u tegenstander bent: lagere) tegemoetkoming. In bezwaar en beroep is vaak meer mogelijk dan u denkt, onder andere door nog eens kritisch naar het standpunt "er is (geen) sprake van inbreiding" te kijken.

Artikel geschreven door Paul van Hoef

Paul Van Hoef is al ruim dertig jaar uw betrokken en betrouwbare advocaat. Uw belang is zijn belang, hij stopt pas als alle wegen zijn benut. Hij is ijzersterk als het aankomt op het oplossen van juridische puzzels. Vervolgens kan hij dit duidelijk uitleggen, waardoor u te allen tijde weet waar u aan toe bent. Hierdoor kan hij u goed bijstaan om een juridisch conflict te voorkomen of te winnen.