Waarom kiest u ons?

Deskundig

30 jaar ervaring

Betrokken

Uw belang is ons belang

Doelmatig

Vlot, efficiënt en effectief

Betrouwbaar

Wij komen onze afspraken na

Klanten die u voorgingen:

"Paul Van Hoef is een zeer goede advocaat die voor mij op een vlotte correcte en praktische manier een (vertrek)regeling heeft getroffen. Zeer aan te bevelen, goede adviezen en zeer duidelijke uitleg."

Zo wordt fijnstof van bedrijven aangepakt!

Voor zover het bedrijven betreft, stoot met name de intensieve veehouderij veel fijnstof uit. Kan de schade voor de directe omgeving beperkt worden?

In deze blog schrijf ik over fijnstof dat door een bedrijf uitgestoten wordt en in de directe omgeving milieuoverlast veroorzaakt. Het verschil met geur- en geluidoverlast is evident: fijnstof ruik of hoor je niet. Maar het is wél schadelijk aanwezig.

Wanneer ik als advocaat voor u, ondernemer/veehouder of omwonende, wat betekenen kan, leest u in de laatste alinea van deze blog.

PM10 en PM2,5

In de wetgeving en de literatuur kom je in verband met fijnstof de aanduidingen PM10 en PM2,5 (en zelfs PM0,1) tegen. PM10 zijn zwevende deeltjes met een diameter van minder dan 10 duizendste millimeter. PM2,5 met een diameter van minder dan 2,5 duizendste millimeter. PM2,5 zijn schadelijker dan PM10. Toch komt PM2,5 zelfs in vrij recente wetgeving (nog) niet voor, zoals hieronder blijken zal.

De intensieve veehouderij

Het meeste fijnstof is afkomstig van het verkeer en de landbouw. Als we ons verder tot de landbouw en dan met name tot de intensieve veehouderij beperken, dan zien we veel overeenkomsten met wat ik in mijn vorige blog Is bestaande geuroverlast van een veehouderij aan te pakken? geschreven heb.

Ook bij fijnstof is de berekende emissie immers afhankelijk van het soort en het aantal dieren, het gebruikte stalsysteem, de plaats en hoogte van de emissiepunten enzovoort. En ook bij fijnstof worden die gegevens vervolgens in een rekenmodel - in dit geval ISL3a - ingevoerd om de belasting ervan op fijnstofgevoelige objecten (= plaatsen waar mensen kunnen verblijven) te berekenen. Het wezenlijk verschil zit op het eind: geur- en fijnstofbelasting worden wel beide uitgedrukt in concentraties, in aantallen per m3 lucht, maar bij geur moet de geurbelasting nog naar geurhinder vertaald worden, bij fijnstof niet.

Laten we die vergelijking met geur eens verder doortrekken. Om te beginnen voor IPPC-bedrijven. Dan valt op dat in de BBT-conclusies voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij die op 15 februari jl. gepubliceerd zijn en waarnaar ik in mijn vorige blog verwezen heb, niets over fijnstof staat!

Kleinere, niet-IPPC-bedrijven hebben bij hun oprichting of bij een verandering een milieu-omgevingvergunning beperkte milieutoets, een OBM nodig, waaraan geen voorschriften verbonden kunnen worden. Het is dan dus “ja” of “nee”. De emissie van fijnstof is een weigeringsgrond, als de maximaal toegestane belasting (de grenswaarde) op een fijnstofgevoelig object overschreden wordt.

In het Activiteitenbesluit, dat van toepassing is, staat wel een paragraaf “Lucht en geur”, maar er staan geen normen in die specifiek over de emissie van fijnstof gaan.

De Best Beschikbare Technieken (BBT) voor fijnstof voor veehouderijen zijn opgenomen in het Besluit emissiearme huisvesting. Artikel 7, lid 1 luidt: “Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM10) die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM10) die voor de desbetreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2.”

In 2015 was dit een nieuwe regeling. Voor stallen die op 1 juli 2015 al opgericht waren, geldt de regeling dus niet.

Tenslotte is door het Besluit niet in betekenende mate bijdragen geregeld, dat een project of uitbreiding bij geringe toename van de fijnstofconcentratie in het algemeen door kan gaan. Ik ga hier thans niet verder op in.

Wordt fijnstof wel aangepakt?

Terug naar de titel. Wordt fijnstof van bedrijven wel aangepakt? Kan het juridisch wel aangepakt worden? In vorige blog over geurhinder door een intensieve veehouderij was de conclusie dat “de gemeente (…) inderdaad machteloos is om bestaande geurhinder van een veehouderij te bestrijden, als de omgevingsvergunning in orde is”. Voor fijnstof geldt dit eens te meer.

Wanneer kan ik als advocaat wat voor u betekenen?

Antwoord: bij verandering (uitbreiding) of als de veehouderij niet overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning in werking is. Dan komen vragen aan de orde als: Wordt de grens- of de richtwaarde overschreden? Draagt de verandering in betekende mate bij? Is er nog sprake van een goede ruimtelijke ordening? Is legalisatie mogelijk?

Als advocaat overzie je als juridisch deskundige het geheel. Je weet waar de juridische knelpunten zitten, waarop de zaak gewonnen of verloren kan worden, wat je door anderen moet laten onderzoeken en hoe de feiten het best gepresenteerd kunnen worden.

Artikel geschreven door Paul van Hoef

Paul Van Hoef is al ruim dertig jaar uw betrokken en betrouwbare advocaat. Uw belang is zijn belang, hij stopt pas als alle wegen zijn benut. Hij is ijzersterk als het aankomt op het oplossen van juridische puzzels. Vervolgens kan hij dit duidelijk uitleggen, waardoor u te allen tijde weet waar u aan toe bent. Hierdoor kan hij u goed bijstaan om een juridisch conflict te voorkomen of te winnen.